Achtergronden
Gerbert van Loenen
Gerbert van Loenen (1964), auteur van Hij had beter dood kunnen zijn, werkt sinds 1990 als journalist bij Trouw, waar hij in het verleden onder meer over economie schreef, eindredacteur was, de dagelijkse bijlage De Verdieping leidde en werkte als correspondent in Berlijn. Sinds 2006 is Gerbert van Loenen adjunct-hoofdredacteur van Trouw. In 1994 won hij 'het gouden pennetje', een aanmoedingsprijs voor journalisten onder de dertig. Van 1982 tot 1987 studeerde hij in Leiden politieke wetenschap. In 1988 en 1989 zat Gerbert van Loenen in militaire dienst en werkte hij als freelance journalist voor onder meer Intermediair.
(foto: Jörgen Caris, Trouw)
Mar Adentro
Ook in films wordt soms een oordeel zichtbaar over andermans leven. In de Spaanse film Mar adentro uit 2004, gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, is de hoofdpersoon, Ramón Sampedro, de ultieme verbeelding van de zelf beschikkende man met handicaps: hij is vanaf zijn nek volledig verlamd en is volledig bij zijn verstand. Sinds een duikongeluk ligt Ramón, die alleen zijn hoofd nog kan bewegen en kan spreken, al jaren in bed. Hij is naar omstandigheden heel opgewekt, wordt geduldig verzorgd door zijn schoonzus Manuela, maar wil liever sterven. En dat mag niet onder de Spaanse wet.
Veelzeggend is de verhaallijn rond Julia, Ramóns advocate die zelf aan een voortschrijdende ziekte lijdt. Zij kan nog wel meer dan hij, maar haar ziekte wordt steeds erger. Julia wil hem helpen sterven en er dan zelf ook een eind aan maken, maar deinst daar uiteindelijk voor terug en laat hem zitten. Als Ramón aan het einde van de film alsnog in een bijna feestelijke scène overlijdt door op handige wijze het Spaanse euthanasieverbod te omzeilen, zien we ook Julia nog even terug. Haar ziekte is inderdaad voortgeschreden nadat zij haar belofte aan Ramón heeft verbroken. En hoe: we zien haar nu in een rolstoel zitten staren naar de zee, maar als haar wordt verteld dat Ramón dood is, blijkt ze geen flauw idee meer te hebben wie Ramón was. Ook haar verstand is inmiddels aangetast.
Ramón is dus dapper en kiest de dood, een dood die in de film heel feestelijk wordt voorgesteld op een manier die doet denken aan Simon; Julia daarentegen deinst terug voor de dood en leeft voort, een leven dat in de film wordt afgebeeld als geheugenloos in een rolstoel naar de zee zitten staren. Mar adentro van Alejandro Amenábar heeft een zegetocht over de wereld gemaakt en is overladen met prijzen.
Ik wil nooit beroemd worden
In 2006 verschijnt er in Nederland een documentaire over reanimatie. In de film Ik wil nooit beroemd worden van Mercedes Stalenhoef wordt de vraag opgeworpen of reanimatie soms beter achterwege kan blijven.
Hij begint heel overtuigend, deze documentaire over het leven van de cellist Tobias. Over zijn hartstilstand, zijn reanimatie, het coma waarin hij belandt. Maar Ik wil nooit beroemd worden van Mercedes Stalenhoef maakt allengs een wending, want langzaam wordt de kijker een andere kant op geleid. Dan verschuift het perspectief naar de mensen in Tobias' omgeving, de mensen zonder handicaps. 'Het was beter geweest als-ie toen dood was gegaan', zegt Tobias' zus over het moment dat haar broer gehandicapt raakte. 'Hoewel, beter voor wie?' voegt zij er eerlijkheidshalve aan toe. Want Tobias zelf lijkt niet onder zijn handicaps te lijden. Destijds, na een hartstilstand, is Tobias gereanimeerd. De vraag is achteraf of dat wel verstandig was. En de vraag is nu of hij, bij een volgende hartstilstand, opnieuw gereanimeerd moet worden. Zijn familie vindt van niet. (...) 'We hopen allemaal dat dat niet gebeurt', zegt zijn broer over de kans dat Tobias opnieuw een hartstilstand krijgt. 'Hoewel...' Want helemaal waar is dat niet, erkent de broer: ergens wil hij ook dat Tobias sterft. De familie beroept zich daarbij op de oude Tobias. 'Ik weet zeker dat-ie dit niet gewild had', zegt zijn zus. 'Ik weet zeker dat-ie dan gezegd had: euthanasie! Dit wil ik niet', zegt zijn broer. 'De godganse dag zo zitten, niet kunnen lezen', zegt zijn moeder. Waarop Tobias zelf zegt: 'Ik wil niet dood.' Door zijn hersenletsel praat hij moeilijk, maar dit zegt hij heel duidelijk. Steeds wordt er door de filmmaakster doorgevraagd, maar als Tobias zegt: 'Ik wil niet dood', dan vraagt de filmmaakster niet door. Tobias is dan ook niet de hoofdpersoon in deze film. De omgeving van de gehandicapte is de hoofdpersoon. Het gaat hier niet om wat Tobias wil, het gaat hier om wat zijn omgeving wil. Die omgeving praat over de wenselijkheid van de dood. Tobias' dood, welteverstaan. (...) De film van Mercedes Stalenhoef is goed ontvangen, is bekroond en vertoond in tal van Nederlandse filmhuizen en op tv.
> Trailer van Ik wil nooit beroemd worden
> Ik wil nooit beroemd worden in cinema.nl
